Aftersun
Dit is de derde keer dat ik Aftersun heb gezien en het heeft me deze keer misschien wel het meest geraakt. Misschien omdat ik me deze keer meer focuste op de belevingswereld van Calum in plaats van die van Sophie, misschien omdat ik mijn vader herkende in Calum, misschien omdat ik mezelf herkende in Calum, misschien omdat ik mezelf herkende in mijn vader via Calum. Vader is een concept waarover ik soms nog twijfel of ik weet wat het precies inhoudt. Het is voor mij niet iemand die ik vanaf de dag dat ik geboren ben bijna dagelijks heb gezien gedurende mijn jeugd, sterker nog, ik denk dat het getal van dagen waarop ik mijn vader heb gezien nog onder de duizend hangt, misschien zelfs onder de vijfhonderd, maar om daarover te oordelen heb ik te weinig herinneringen van mijn vroege jeugd. Ik weet niet of ik überhaupt kan zeggen dat hij een groot deel van mijn opvoeding was. Mijn vader heeft, net als Calum, een lastige jeugd gehad, waardoor hij misschien ook niet helemaal weet wat een vader is. De angst om de lijn van slechte vaders niet te kunnen doorbreken is eentje die mijn vader, Calum en ik waarschijnlijk allemaal bij ons dragen. De last van het bloed en het venijn dat het in zich draagt is in Aftersun vertegenwoordigd in het shot waarin Calum terwijl hij tandenpoetsend aanhoort hoe Sophie soms last heeft van emotionele dipjes, die hij waarschijnlijk als erfelijke last ziet vanaf hem, zijn tandpasta uitspuugt op de spiegel, of, nog belangrijker, zijn eigen reflectie. We zien in Calum een vader die zijn uiterste best probeert te doen om zichzelf te verbeteren en een goede vader te zijn, maar uiteindelijk naar beneden wordt gedragen door de zware baggage uit zijn jeugd. Het roept de vraag op: doen alle vaders hun best om een goede vader te zijn? Geen vader wil slecht zijn, toch?
#bios#wenneker#w/ moon